|
|
Bewijs van deelname in het kapitaal van een
onderneming. Geeft in principe recht op dividend.
|
|
|
Koers is een ander woord voor prijs. Een
aandelenkoers wordt meestal opgemaakt op een aandelenmarkt, maar kan
soms ook ondershands worden vastgesteld.
|
|
|
De 25 meest verhandelde aandelen op de beurs
in Amsterdam.
|
|
|
De door Euronext berekende en onderhouden
graadmeter van de lokale Nederlandse effectenmarkt. De AEX-index is een
gewogen index die is gebaseerd op de koersen van de 25 meest
verhandelde, in Nederland genoteerde ondernemingen op de effectenbeurs
van Euronext. Afkorting voor Amsterdam Exchanges Index.
|
|
|
Zie:Autoriteit Financiële Markten
|
|
|
Zie ook marktonafhankelijk rendement. Ook
te omschrijven als het extra rendement of risico dat wordt verwacht op
een aandeel te behalen boven het rendement van een (gekozen) benchmark.
Alpha is dus de (out)performance van een portefeuille of aandeel tov de
markt of de benchmark.
|
|
|
Zie: Alfa.
|
|
|
Door Euronext berekende en onderhouden
beursgraadmeter van het middensegment van de Nederlandse aandelenmarkt.
De Amsterdam Midkap-index (AMX) is een gewogen index die is gebaseerd
op de koersen van de 25 meest verhandelde middelgrote, in Nederland
genoteerde ondernemingen op de effectenbeurs van Euronext.
|
|
|
Zie: Amsterdam Midkap-index.
|
|
|
Engelse term voor de bestemming van te
beleggen geld over de verschillende mogelijkheden, zoals aandelen,
obligaties, vastgoed en contant geld.
|
- Autoriteit Financiële Markten:
|
De gedragstoezichthouder op de Nederlandse
financiële markten. De AFM houdt toezicht op het adequaat functioneren
van de financiële markten en op het gedrag van partijen die actief zijn
op het gebied van sparen, beleggen, verzekeren en lenen. Het
verstrekken van juiste informatie en het correct handelen van alle
deelnemers bij het aanbieden en afnemen van financiële producten en
diensten zijn daarbij de belangrijkste criteria. De AFM is een
zelfstandig bestuursorgaan dat valt onder de verantwoordelijkheid van
het ministerie van Financiën. Afkorting: AFM.
|
|
|
Getal dat bij een kansberekening de
verhouding tussen succes en niet-succes aangeeft. Het aantal
winstgevende transacties in een portefeuille als gedeelte van het
totaal aantal transacties.
|
|
|
Zie: beheerskosten.
|
|
|
Aanwenden van niet gebruikte
vermogensbestanddelen om bijvoorbeeld effecten, valuta's, grondstoffen
of onroerend goed te kopen, met het doel rendement te behalen.
|
|
|
Het geheel van beleggingen van bijvoorbeeld
een particuliere of professionele belegger. Een portefeuille kan uit
diverse beleggingscategorieën bestaan, zoals aandelen, obligaties,
onroerend goed, grondstoffen en bankdepositio's.
|
|
|
Engels woord voor financiële maatstaf: een
ijkpunt, bijvoorbeeld een index of een bepaalde staatslening, waartegen
de prestaties van een beleggingsportefeuille kunnen worden afgezet.
|
|
|
Indexcijfer om het koersniveau en de
koersschommelingen op een bepaalde markt te kunnen beoordelen. Bij
effectenindices moet onderscheid gemaakt worden tussen koersindices en
herbeleggingsindices. In Nederland is de AEX-index de meest
populaire aandelenindex, maar worden ook de verschillende door het
Centraal Bureau voor de Statistiek gemeten indexen nog steeds veel
gebruikt.
|
|
|
Tarief voor het aanhouden van een
bewaardepot.
|
- Commissie voor Bank- en Financiewezen:
|
Belgische toezichthouder op banken en
andere financiële instellingen en de effectenhandel.
|
|
|
Deel van de winst van een bedrijf dat aan
aandeelhouders wordt uitgekeerd.
|
|
|
Het maximale verlies van een
effectenportefeuille dat gerealiseerd is binnen een tijdvenster
(meestal een jaar).
|
|
|
Verzamelnaam voor waardepapieren (ook wel
vermogenstitels genoemd) die verhandeld kunnen worden en die in
verschillende onderling vervangbare exemplaren zijn uitgegeven. De
waardepapieren zijn een bewijs van deelgerechtigdheid in een vermogen,
een winst of een verstrekte lening, zoals aandelen, dividenden en
obligaties.
|
|
|
Naam voor het totale bezit aan effecten van
een belegger.
|
|
|
Beurs die in september 2000 is ontstaan uit
de fusie van de beurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs. In tweede
instantie werd Euronext uitgebreid
met de beurs van Lissabon en derivatenbeurs Liffe.
|
|
|
Verzamelnaam voor markten waarop financiële
producten worden verhandeld, waar vraag naar en aanbod van geld bij
elkaar komen. Onderdeel van de financiële markten zijn de geld-
en kapitaalmarkt, maar ook de aandelenmarkt, de
obligatiemarkt, de hypotheekmarkt, de optiemarkt et cetera.
|
|
|
Op een beurs verhandelbaar
gestandaardiseerd termijncontract. Anders dan bij opties heeft zowel de
verkoper als de koper een verplichting en wordt er geen premie betaald.
|
|
|
De (out)performance van een portefeuille
tov de markt of een benchmark gecorrigeerd voor de beta tov die zelfde
grootheid. Als een hogere performance ten koste van zeer veel extra
risico wordt gerealiseerd dan zal dat terug te zien zijn in een daling
van de Jensen Alpha.
|
|
|
Absolute waarde die of verhoudingsgetal dat
wordt gebruikt om financiële en economische analyses mee te verrichten;
ander woord is ratio of kerngetal.
|
|
|
Aandelen die alleen op de beurs van het
land waar hun hoofdkantoor is gevestigd zijn genoteerd.
|
|
|
Engelse term voor vergoeding die wordt
betaald voor vermogensbeheer. Zie ook: beheerskosten.
|
|
|
De 25 aandelen die zijn opgenomen in de
Midkap-index.
|
|
|
Begrip uit de technische analyse. Het
momentum meet het verschil tussen de huidige koers en de koers van een
aantal perioden terug. Wanneer dit verschil positief is, heeft per
saldo over die periode een koersstijging plaatsgevonden en vice versa.
In principe is een positief momentum een positieve indicatie voor het
verdere koersverloop. Wanneer het momentum
(extreem) hoge waarden bereikt, wordt gesproken van een
overbought-situatie en moet rekening gehouden worden met een correctie.
Als het momentum een negatieve waarde heeft, geldt het omgekeerde.
Momentum wordt ook gebruikt als verzamelnaam voor indicatoren die de
kracht van een (koers)beweging meten.
|
|
|
Elektronische aandelenmarkt. Deze beurs
werd opgericht door de National Association of Security Dealers. Grote
bedrijven zoals Microsoft en Intel staan aan de Nasdaq genoteerd.
|
|
|
Een op een beurs verhandelbaar recht c.q.
plicht om een bepaalde onderliggende waarde (aandeel, obligatie)
gedurende een bepaalde periode tegen een bepaalde prijs te mogen /
moeten kopen of verkopen.
|
|
|
Het totale bezit aan effecten of andere
beleggingsmogelijkheden van een belegger of beleggingsinstelling. Het
begrip wordt ook wel in de commercie gebruikt: iemand heeft zoveel
klanten in portefeuille.
|
|
|
De opbrengst van een belegging of
investering over een bepaalde periode, uitgedrukt in een percentage van
het geïnvesteerde geld.
|
|
|
Een verhoudingsgetal dat het mogelijk maakt
de performance van portefeuilles en benchmarks met elkaar te
vergelijken. De sharpe maatstaf relateert het rendement boven de
risicovrije rente aan het daarvoor gelopen systematische risico
(sigma). Zowel de Sharpe-maatstaf als de Jensen Alfa worden veel
gebruikt om de prestaties van vermogensbeheerders met elkaar te
vergelijken.
|
|
|
Zie: Stardaardafwijking. Sigma wordt vaak
gebruikt voor de uitkomst van een berekening van de standaarddeviatie..
|
|
|
De gemiddelde afwijking in procenten of in
absolute waarden t.o.v. het gemiddelde van de waarnemingen. Voor
portefeuilles en benchmarks wordt vaak gecorrigeerd voor het trendmatig
verloop van de beoordeelde tijdreeks. De standaarddeviatie wordt als
een bruikbare indicatie voor het risico van een portefeuille beschouwd.
|
|
|
Analysemethode die gebruik
maaktvan kwantitatieve technieken
om te komen tot een bruikbare interpretatie van het verloop van
(koers)grafieken; doel is een inschatting te maken van het toekomstige
koersverloop. Achterliggende gedachte is dat in de prijs (koers) van
een vermogenstitel de benodigde informatie reeds
is verwerkt. Tevens wordt voorondersteld dat menselijk gedrag op
beurzen zich herhaalt en tot herkenbare patronen leidt. Deze methode
kan gebruikt worden bij
aandelen, vastrentende waarden en valuta's.
|
|
|
In enge zin is dit het management
van de beleggingen zoals hiervoor omschreven.
|
|
|
Ander woord voor beweeglijkheid, maatstaf
is vaak de standaarddeviatie.
|
|
|
Naam van de straat in New York waar de New
York Stock Exchange, de grootste effectenbeurs ter wereld, is
gevestigd. De naam Wall Street wordt ook vaak gebruikt om de beurs zelf
mee aan te duiden.
|
|
|
Getal dat de verhouding tussen in een
portefeuille gerealiseerde winsten en verliezen aangeeft.
|